John Levie, wethouder Verkeer en Vervoer van Amstelveen:
'Een metro maakt Amstelveen aantrekkelijker voor bewoners en bedrijven'
In 2012 nemen de gemeenten Amstelveen en Amsterdam en de Stadsregio een besluit of de Amstelveenlijn (lijn 51) wordt omgebouwd tot metro en zo ja, hoe dat gebeurt. Wethouder Levie van Amstelveen legt uit wat een metro voor zijn gemeente kan betekenen.
Waarom zou Amstelveen een metroverbinding moeten krijgen?
'Een metroverbinding kan veel betekenen voor de bereikbaarheid en de economische kansen van Amstelveen en de regio. Nu al reizen er maar liefst 40.000 werknemers per dag naar onze gemeente. Het autoverkeer en het gebruik van openbaar vervoer zullen de komende jaren verder toenemen en ook het aantal arbeidsplaatsen zal stijgen. De huidige infrastructuur kan deze groei niet aan. Voor de auto zijn we nauw betrokken bij een aantal oplossingen, zoals de verbreding van een aantal snelwegen in het kader van de planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere, waaronder de A9. Maar wat het openbaar vervoer betreft heeft Amstelveen nog wel een inhaalslag te maken. Amstelveen is de enige stad in Nederland van deze omvang, 80.000 inwoners, zonder treinverbinding. De Amstelveenlijn kan als metro een snelle verbinding bieden met de omliggende woon- en werkgebieden. Je bent niet alleen sneller in het centrum van Amsterdam, maar ook op station Zuid, dat straks onze belangrijkste spoorverbinding wordt. Ter hoogte van het centrum van Amstelveen kruist de metro met de succesvolle Zuidtangentbus, die Schiphol en station Bijlmer met elkaar verbindt. Door op deze kruising een nieuw HOV knooppunt te situeren, kan een hoogwaardig openbaar vervoernet ontstaan. Het mooiste zou zijn als er nog een P&R terrein ten zuiden van Amstelveen komt, zodat ook de inwoners van Uithoorn en Aalsmeer gemakkelijk met de metro kunnen reizen.'
Waarom is het project van belang voor de economische ontwikkeling van Amstelveen?
'Een metroverbinding vergroot de aantrekkelijkheid van Amstelveen als woonplaats en als vestigingsplaats voor winkels en bedrijven. Het past bij de economische missie van Amstelveen om een aantrekkelijke vestigingsplaats te blijven voor het nationale en internationale bedrijfsleven. We hebben nu al de grootste Japanse gemeenschap in Nederland. Er is een snel groeiende Indiase gemeenschap en ook de Koreaanse gemeenschap is in opkomst. Deze expats werken bij bedrijven in Amsterdam, Almere, Amstelveen of Haarlemmermeer, die op hun beurt een flinke bijdrage leveren aan de regionale economie.'
Wat zijn uw belangrijkste aandachtspunten bij dit project?
'Een groot aandachtspunt is de financiering. Het is een ambitieus en daarmee ook een kostbaar project, waarvoor we aanvullende financiering vanuit het Rijk nodig hebben. De exacte kosten zijn nog niet bekend en worden door het projectbureau Amstelveenlijn uitgezocht. Verder zou de komst van een metro voor veel Amstelveense inwoners een verandering betekenen. Mensen zullen daar aan moeten wennen. Zo heeft een metro weliswaar een hogere snelheid dan een sneltram, maar ook minder haltes. Ik hoor veel positieve geluiden over het plan, maar er zijn ook mensen die zich zorgen maken over de toekomst van tramlijn 5. Met deze en andere zorgen moeten we natuurlijk heel zorgvuldig omgaan.'
Hoe worden de inwoners bij het project betrokken?
'Inwoners en bedrijven worden zoveel mogelijk bij het project betrokken. Vanuit het projectbureau zijn informatieavonden en gesprekken gehouden voor bewoners, bedrijen en belangenorganisaties. Mensen werden hierbij geïnformeerd over het project en konden hun wensen voor de toekomst van de Amstelveenlijn kenbaar maken. Deze wensen worden meegenomen bij het opstellen van het programma van eisen voor de ombouw van de Amstelveenlijn. Als het concept programma van eisen klaar is, zal dat worden teruggekoppeld aan de inwoners. Verder gaan we de komende periode een breed onderzoek onder onze inwoners houden om te horen hoe zij erover denken en wat ze belangrijk vinden. En natuurlijk is het laatste woord aan de gemeenteraad.'
(Bron: Stadsregio Amsterdam, Regiojournaal 10.10)




